We mogen weer

kerkZelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog was dat niet gebeurd: drie maanden lang alle kerken dicht. Ook onze parochie kreeg half maart jl. het bericht de kerkdeuren tot nader order voor de eredienst te sluiten. En dat niet alleen: ook alle bijeenkomsten in de week, waar meer dan vijf personen aanwezig zouden zijn en waar er geen voldoende afstand tot elkaar gehouden kon worden, moesten van de agenda. Het op bezoek gaan bij zieken en ouderen moest zo veel mogelijk worden vermeden, de parochianen in ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonzorgcentra was helemaal onmogelijk.

Een ramp voor het Kerkzijn, want voor velen betekent Kerk op de eerste plaats de ontmoeting met de Ander (met hoofdletter), en ontmoeting met anderen. Je wilt ‘Samen-Kerkzijn’ en in die gemeenschap er zijn voor de mens(en) in nood. De hele samenleving, ja de gehele wereld moet een strijd leveren tegen het coronavirus; en daarom moesten de kerkdeuren dicht en vele parochieactiviteiten gestaakt worden. De oorlog tegen het virus is nog lang niet gewonnen, maar we gaan dankzij de opoffering en solidariteit van velen uit onze samenleving de goede kant op. De Kerk draagt daar vanzelfsprekend haar steentje toe bij.
Rampzalig.
Het niet naar de Kerk kunnen gaan was in deze weken voor vele gelovigen een pijnpunt. Juist de grote dagen van het geloof, zoals die van de Goede Week, van Pasen, van Pinksteren konden dit jaar niet in het kerkgebouw gevierd worden. De eerste communieviering, de vormselviering, doopvieringen, huwelijksvieringen: ze konden niet gehouden worden. Dat is pijnlijk. Maar zulke pijnpunten wegen niet op tegen het grote verdriet, dat velen trof bij wie het coronavirus direct binnenkwam: zij die besmet raakten, zij die ziek werden, zij die overleden of door het virus een dierbare hebben verloren. Er was nauwelijks een uitweg voor hun verdriet. Het gevoel van niet meer mee te mogen tellen, in het werk uitgerangeerd worden, vereenzaamd achtergelaten zijn in verpleeghuizen of woonzorgcentra: het waren èn zijn allemaal persoonlijke rampen, die door het coronavirus over ons mensen zijn uitgestrooid. Niet naar de Kerk kunnen gaan, of naar het theater of naar de voetbal is daarbij vergeleken slechts een speldenprik.
Mensen helpen.
We hebben de afgelopen weken gelukkig ook kunnen zien dat de verbondenheid en de hulpbereidheid onder mensen groot is. In de ziekenhuizen en verpleeghuizen draaiden de mensen van de zorg extra uren. Ze probeerden de pijn die geleden werd te verlichten. En in de straat werden boodschappen gedaan voor degenen die hun huis niet uit mochten. Bij de supermarkt werd keurig afstand gehouden van elkaar. Iedereen had er begrip voor.
Ook in de parochie hielpen mensen elkaar. Er werd wat meer dan anders naar elkaar gebeld en gevraagd hoe het ging. Het wekelijkse kerkbericht dat via de e-mail toegestuurd kan worden, kreeg vele volgers; en wie niet over een eigen e-mailadres beschikt, kreeg deze mogelijkheid van communicatie wel via een parochiaan op papier aangereikt. Want men zocht contact met elkaar, ook nu het in de persoonlijke vorm niet toegestaan was. En dan waren er de mensen die in het weekend het kerkgebouw openstelden om een kaarsje te kunnen opsteken en er biddend te vertoeven. En achter de schermen werkten weer anderen om de livestreamuitzending van de zondagse eucharistieviering te doen slagen. Handen op elkaar voor zulke helpende handen. Ook in deze coronatijd blijkt Kerkzijn ‘Samen-Kerkzijn’ te zijn.
Het is nog niet voorbij.
Het nieuwe nummer van ons parochieblad betekent dat wij als parochie opnieuw een stap vooruit zetten. Moest in de maand mei het toen geplande parochieblad komen te vervallen, nu kan ons blad - dit middel tot contact - weer veilig verspreid worden. ‘We mogen weer’: die woorden moeten niet gaan klinken als een terugkeer naar de ‘oude tijd’. We zullen met elkaar goed moeten oppassen dat de besmetting door het virus niet terugkeert. Dat geldt ook zeker voor de regeling van de zondagsviering.
Vanaf begin juli zullen er in al onze kerkgebouwen weer vieringen gehouden worden. Maar niet elke zondag; per kerkgebouw slechts één keer per maand een eucharistieviering en één keer een woord- en gebedsviering (dus geen communie). Ook het aantal mensen dat aan een viering mag deelnemen is begrensd; ieder zal zich tevoren moeten aanmelden. Ieder moet ook bij binnenkomst de handen reinigen. Er is geen samenzang of koorzang.
Alles bij elkaar zijn dat heel wat regeltjes; de beperkingen zijn dus zeker nog niet voorbij.
‘We mogen weer’ is waar, maar we houden rekening met elkaar. En als u voorlopig liever nog even thuisblijft op de zondag, dan begrijpen we dat maar al te goed. We willen in de Kerk niet alleen veiligheid bieden, maar ieder moet zich ook veilig voelen. Ook zo willen wij ‘Samen-Kerkzijn’.
Ruud Visser, pastoor