Het ‘Heilig, heilig’ in coronatijd

Heilig“Heilig, heilig, heilig”: zo klinken in het Eucharistisch Gebed de woorden van dankzegging tot God. Mensen op aarde sluiten zich aan bij de stemmen in de hemel: het koor van engelen en heiligen. Vroeger in de oude liturgie sprak de priester die woorden mee: “Sanctus, sanctus, sanctus”; want alleen wat de priester zei was rechtsgeldig; hij droeg de Mis op. Soms klonk er op de achtergrond wel een koor dat diezelfde woorden zong, maar dat was louter behang. De echte woorden “Sanctus, sanctus, sanctus” werden door de priester gesproken.

De heilige Pius X aan het begin van de twintigste eeuw zorgde ervoor dat mensen in de kerk konden meedoen; hij bevorderde de ‘actieve deelname’ van de gelovigen door hen in de Mis te laten meebidden en te laten meezingen. En zestig jaar later tijdens het tweede Vaticaans concilie werd de liturgie door de bisschoppen geformuleerd als een viering van heel het volk Gods. Niet enkel dat wat de priester uitsprak was liturgie, maar alle kerkgangers maakten de viering tot liturgie. Niet alleen de priester stond daar, er kwam een lector, er kwam een voorzanger, er kwam een koor en er was een gemeenschap en ieder had een eigen taak in de liturgie.
Het “Sanctus, sanctus, sanctus” ofwel “Heilig, heilig, heilig” was voortaan niet enkel voor de priester bestemd, maar voor alle deelnemers aan de liturgie. Dat is ook in overeenstemming met de oproep in het Eucharistisch Gebed om op aarde zoveel mogelijk mee te doen aan deze lofprijzing van God. Het ‘Sanctus’ werd daarmee een acclamatie van alle betrokkenen in de liturgie. Het is een toeroepen, een acclameren. In de belangwekkende Romeinse instructie over de muziek in de liturgie uit 1967 wordt het ‘Sanctus’ ofwel het ‘Heilig’ gerekend tot de acclamaties.
Velen buiten de kerk, maar ook in de kerk beschouwen het ‘Kyrie’, het ‘Gloria’, het ‘Sanctus’ en ‘Benedictus’, en het ‘Agnus Dei’ als een geheel. De klassieke muziekzender kondigt als zodanig bijvoorbeeld de uitvoering van de Missa Brevis van W. A. Mozart aan met die delen. Het is evenwel niet de kerk, maar het zijn de componisten geweest die Kyrie, Gloria, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei tot één geheel hebben gemaakt. Liturgisch gezien is er geen sprake van eenheid tussen die verschillende gezangen. Het ‘Kyrie’ is een smeekbede, het ‘Gloria’ een lofzang, het ‘Agnus Dei’ een begeleidingszang, en het ‘Sanctus’ en ‘Benedictus’ een acclamatie. Muzikaal soms een eenheid, door componisten zo bedoeld, maar liturgisch gezien heel verschillende gezangen binnen de liturgie.
In de muziekinstructie uit 1967 worden drie graden van ‘actieve deelname’ door de gelovigen opgenoemd. Het ‘Sanctus’ wordt daarin onder de eerste graad gerekend, d.w.z.: in de zang of in het bidden hiervan moeten alle kerkgangers een rol kunnen krijgen. De zang van het ‘Kyrie’, ‘Gloria’, en ‘Agnus Dei’ vallen onder de tweede graad; de ‘actieve deelname’ van de gelovigen aan deze gezangen kan eventueel achterwege blijven. Het ‘Sanctus’ behoort dus tot een andere categorie gezangen dan de eerder genoemde. Je ziet dan ook dat kerkmusici de laatste dertig, veertig jaar nauwelijks een complete Mis componeren. Wanneer dat wel gebeurt, is dat doorgaans voor gebruik buiten de kerk, bijvoorbeeld in een concertzaal.
Het is niet zo’n vreemde gedachte om het ‘Heilig, heilig’ in deze coronatijd samen te bidden. De kerkgangers mogen in deze omstandigheden immers niet zingen. En als je de mensen in de kerk hun rol ontneemt, wat blijft er dan nog over van een acclamatie? Net zo min als de acclamatie: ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood…’ door één iemand of door een kleine groep vertolkt kan worden, wordt aan de acclamatie: ’Heilig, heilig…’ recht gedaan door het alleen door het koor te laten zingen. Het getuigt van een zuiver liturgisch inzicht om het ’Heilig, heilig…’ dan maar te bidden. Zo doen we in onze parochie dan ook gedurende deze coronatijd. Maar we blijven uitzien naar de tijd dat we het ‘Heilig, heilig…’ weer met heel de gemeenschap kunnen zingen: priester, voorzanger, koor en overige kerkgangers, elk in zijn eigen rol, met een eigen muzikale partij.
Pastor Ruud Visser